Het toplogo van de Nederlandse CVA vereniging Samen Verder
7 September 2010
 
u bent op de pagina  > Algemeen nieuws
logo Samen VerderAlgemeen nieuws
Heeft u relavant nieuws te melden voor deze website stuur ons dan een email via onze contactpagina. Het nieuws dient gerelateerd te zijn aan onderwerpen die een CVA betreffen. Voor plaatsing zal een redactie het e.e.a. beoordelen en behouden het recht om ingezonden nieuws niet te plaatsen.
logo Samen VerderJicht: signaal voor hartvaatziekten
PERSBERICHT - Nijmegen, 6 september 2010

Jicht is een vaak voorkomende gewrichtsontsteking. Toch is er over de aandoening opvallend weinig bekend en doen er, ook onder medici, hardnekkige, onbewezen opvattingen over jicht de ronde. Huisarts Hein Janssens uit Lobith zette zijn verbazing hierover om in een proefschrift. Hij deed onder andere de medisch zeer relevante ontdekking, dat jicht vaak samengaat met hoge bloeddruk en hartvaatziekten. Verder ontwikkelde hij voor artsen een jichtcalculator, waarmee ze snel kunnen vaststellen of een patiënt jicht heeft. Tot slot vond hij in prednison een efficiënt pijnstillend middel, dat voor een groot deel van de jichtpatiënten veiliger is dan de gangbare middelen.

Kristallen van urinezuur

Jicht manifesteert zich als een plotselinge, extreme pijn in een gewricht, heel vaak in een grote teen. De plaats van het aangedane gewricht is meestal rood en gezwollen. De pijn is zo hevig, dat het slachtoffer zich doorgaans acuut tot de huisarts wendt. Naar schatting maakt één tot twee procent van de Westerse bevolking tenminste eenmaal een aanval van jicht mee, mannen zeven tot negen maal vaker dan vrouwen. Jicht is al beschreven ten tijde van de Griekse arts Hippocrates. De oorzaak van de gewrichtsontsteking is geen bacterie of virus, maar een opeenhoping van kristallen van urinezuur in de gewrichtsvloeistof.

Jichtcalculator

Het bewijs dat iemand echt jicht heeft, is de aanwezigheid van urinezuurkristallen in de gewrichtsvloeistof. Hiervoor is het aanprikken van het pijnlijke gewricht nodig. Dit gebeurt alleen bij een reumatoloog. Negentig procent van de jichtpatiënten wordt echter niet door de reumatoloog, maar door de huisarts behandeld. Janssens ontdekte dat huisartsen geneigd zijn om een artritis die zich uitsluitend voordoet in één gewricht, te beschouwen als jicht, terwijl dit lang niet altijd het geval is. Daarom heeft hij een speciale jichtcalculator ontwikkeld. Met dit instrument, dat uit zeven items bestaat, kan elke huisarts gemakkelijk vaststellen, hoe groot de kans is dat de patiënt jicht heeft. De jichtcalculator is te vinden op de website van het UMC St Radboud.

Korte prednisonkuur

Gangbare middelen die huisartsen voorschrijven om de pijn bij jicht te bestrijden zijn de zogenoemde NSAID’s, zoals ibuprofen en naproxen. Deze hebben echter bijwerkingen, die gevaarlijk kunnen zijn voor ouderen of voor mensen met een hartvaatziekte of nierziekte. Janssens deed een gerandomiseerd geneesmiddelenonderzoek en ontdekte dat een korte kuur met prednison even goed werkt tegen jichtpijn als naproxen. Tegen een kortdurende prednisonkuur, maximaal vijf dagen, bestaan nauwelijks medische bezwaren, terwijl deze behandeling veel beter rekening houdt met de vaak belaste voorgeschiedenis van de, meestal oudere, jichtpatiënt. Daarom beveelt Janssens prednison als eerste-keusbehandeling aan.

Hoge bloeddruk en hartvaatziekten

Eén van de ‘fabels’ over jicht is, dat jicht een bijwerking zou zijn van plaspillen. Plaspillen worden voorgeschreven aan mensen met een hoge bloeddruk of een hartvaatziekte. Janssens ontdekte dat niet de plaspillen hier de boosdoener zijn, maar de relatie tussen jicht enerzijds en hoge bloeddruk en hartvaatziekten anderzijds.

‘Dit heeft twee belangrijke consequenties,’ zegt Janssens. ‘Om te beginnen moet iemand die plaspillen gebruikt en jicht heeft, vooral niet stoppen met die medicatie. Plaspillen zijn erg belangrijk voor de patiënten; ze hebben die nodig voor hun hoge bloeddruk of hartfalen. En in de tweede plaats moeten huisartsen beseffen dat iemand die zich meldt met jicht, grotere risico’s heeft op hartvaatziekten. Het zou dus goed zijn als huisartsen patiënten met jicht screenen op deze risico’s’.
logo Samen VerderPrestaties ziekenhuizen veel beter
4 september 2010

Ziekenhuizen hebben hun medische prestaties het afgelopen jaar sterk verbeterd. Vooral patienten met herseninfarcten, borstkanker en doorligwonden worden beter behandeld, schrijft het AD in de jaarlijkse Ziekenhuis Top 100.

Zo hebben bijna 70 ziekenhuizen zich verbeterd op het gebied van herseninfarcten. Daarnaast daalde het aantal patienten met doorligwonden. Gemiddeld heeft 3,5 procent van de patienten daar last van, 6 jaar geleden was dat bijna 3 keer zo veel. Het AD baseert zich onder meer op cijfers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het Flevoziekenhuis in Almere is volgens de Ziekenhuis Top 100 het beste ziekenhuis.

Overdruk uit het AD.

ROTTERDAM - Ziekenhuizen hebben hun medische prestaties sterk verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren. Op het terrein van herseninfarcten, aanpak van doorligwonden en borstkankeroperaties krijgen patiënten in steeds meer centra optimale zorg.

Dat blijkt uit de resultaten van de AD Ziekenhuis Top 100 die vandaag voor de zevende keer verschijnt in het AD. Daarin is precies te lezen hoe alle Nederlandse ziekenhuizen scoren. Vanaf maandag zijn de uitgebreide gegevens ook te vinden op www.ad.nl.

De Ziekenhuis Top 100 is voor het belangrijkste deel gebaseerd op kwaliteitseisen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Volgens Wim Schellekens, als hoofdinspecteur verantwoordelijke voor het toezicht op ziekenhuizen, wordt scherp in de gaten gehouden of ziekenhuizen eerlijk zijn over hun resultaten. ,,Daar zijn wij heel fel op. We doen steekproeven of gaan het ziekenhuis in om de gegevens te controleren. Als we erachter komen dat de prestaties bewust mooier worden voorgesteld, brengt de inspectie dat naar buiten. Dat risico willen ziekenhuizen niet lopen.''

In de lijst zijn dit jaar opmerkelijke verschuivingen te zien. Zo staan er voor het eerst sinds jaren twee grote, Rotterdamse ziekenhuizen in de top 10. In de regio Utrecht behaalt een ziekenhuiscombinatie een echte toppositie op nummer 3. Ook in de regio Den Haag en Drechtsteden klimmen ziekenhuizen naar boven.

Het Flevoziekenhuis in Almere scoort dit jaar het allerbest in de AD-ranglijst. Inspectiechef Schellekens is niet verbaasd: ,,Ik weet dat het Almeerse ziekenhuis goed bezig is.''

Laatste plaats voor Refaja Ziekenhuis Stadskanaal
Het Refaja Ziekenhuis eindigt dit jaar als laatste in de AD Ziekenhuis Top 100. Het laat veel punten liggen als het gaat om elektronische bewaking van patiëntgegevens, bijvoorbeeld om medicijnmissers te voorkomen. Ook met aanpak van ondervoeding bij patiënten scoort het ziekenhuis stukken slechter dan gemiddeld. Bestuursvoorzitter Guus Bruins reageert teleurgesteld. ,,Aan de ene kant omdat ik de ranglijst van het AD beschouw als één van de betere, maar vooral ook omdat wij juist veel investeren in kwaliteitsverbetering.'' Bruins wil de geconstateerde minpunten de komende tijd aanpakken. De slechte score op het gebied van hartfalen neemt de Refaja-directeur graag voor lief. ,,Het aantal patiënten met die aandoening die na behandeling opnieuw moeten worden opgenomen, is bij ons relatief hoog. Soms is dat een indicatie dat de afdeling niet op orde is. Maar wij hebben relatief veel oudere patiënten voor wie wij medisch gezien weinig meer kunnen doen. Die nemen we vaak opnieuw op om te ontwaterd, zoals dat heet. Dan kunnen zij weer een tijdje verder. Dat zullen wij uiteraard blijven doen, ook al leidt dat tot een slechtere score.'' (RONALD VAN GEENEN EN JEROEN DE VREEDE)
04/09/10 16u22
logo Samen VerderAPS: Acute neurologische behandeling beroerte sterk verbeterd
Publicatietijd: 04/09/2010 07:11 ANP

Dit is een origineel persbericht.

De acute behandeling van patiënten met een beroerte is in de meeste Nederlandse ziekenhuizen sinds 2009 aanzienlijk sneller gestart dan voorheen. De kansen op herstel zijn daardoor sterk toegenomen. Dat de acute neurologische zorg steeds beter georganiseerd is, blijkt uit getallen verzameld door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

In januari 2011 verschijnt een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) over de 'prestatie-indicatoren' 2009. Uit een van die indicatoren blijkt hoe snel patiënten na het optreden van een beroerte een behandeling krijgen met sterke bloedverdunners. Deze zogenoemde trombolyse is slechts geschikt voor een bepaalde groep patiënten en heeft alleen zin in de eerste uren* na het ontstaan van een beroerte. Het is daarom erg belangrijk patiënten met symptomen van een beroerte met spoed naar een ziekenhuis te brengen. De getallen verzameld door de IGZ laten zien dat de acute neurologische zorg op dit gebied in de ziekenhuizen steeds beter georganiseerd is. Dit biedt patiënten aanzienlijk betere vooruitzichten op herstel.

In Nederland worden jaarlijks 30.000 patiënten door enige vorm van een CVA getroffen. CVA is de afkorting van cerebrovasculair accident (CVA), de gebruikelijke medische term voor beroerte. De oorzaak van een CVA kan een bloedpropje zijn dat een bloedvat in de hersenen afsluit (infarct) of het barsten van een bloedvat (bloeding). De verschijnselen van een CVA kunnen heel verschillend zijn, zoals verlammingen, spraakstoornissen of problemen bij het zien. De klachten kunnen voorbijgaand of blijvend zijn. Kortdurende CVA's worden ook wel TIA's genoemd (transient ischaemic attack). Daarbij is er tijdelijk sprake van een onvoldoende doorbloeding.
Is een CVA het gevolg van een bloedvatafsluiting, dan kan de patiënt in het acute stadium behandeld worden met trombolyse. Het spreekt voor zich dat het tijdig herkennen en zo mogelijk behandelen van een CVA van groot belang is. Hoe minder tijd verloren gaat, hoe beter de prognose.

* Noot redactie. Behandeling dient binnen vier tot vierenhalf uur na een CVA plaats te vinden.
logo Samen VerderNationale meldweek patiëntveiligheid
PERSBERICHT - Nijmegen, 3 september 2010

Nationale meldweek patiëntveiligheid

Alle professionals in de zorg willen schade door hun handelen voorkomen. Toch gaat er in elke praktijk weleens wat mis, waardoor een cliënt of patiënt schade oploopt of had kunnen oplopen. Het melden van dergelijke (bijna)incidenten is belangrijk om te signaleren waar verbetering mogelijk is. Daarom organiseren vijftien eerstelijns beroepsorganisaties, het ministerie van VWS en de afdeling IQ healthcare van het UMC St Radboud van 27 september tot en met 3 oktober de Nationale Meldweek Patiëntveiligheid.

In totaal hebben de vijftien beroepsorganisaties zo’n 45.000 aangesloten leden, die worden opgeroepen door hun beroepsorganisatie om mee te doen aan de meldweek.

Het is de eerste keer dat in Nederland een meldweek patiëntveiligheid wordt gehouden. De meldweek heeft als doel, dat hulpverleners in de eerste lijn, dat zijn huisartsen, diëtisten, doktersassistenten, apothekers, ergotherapeuten, verpleegkundigen, logopedisten, oefentherapeuten, huidtherapeuten, mondhygiënisten, tandartsen en fysiotherapeuten bewuster omgaan met aspecten van patiëntveiligheid en dat ze leren van incidenten. Het is voor hen een goede gelegenheid om eens extra kritisch te kijken naar wat er in hun praktijk gedurende deze week is misgegaan, of had kunnen misgaan. Het melden in een landelijke meldweek heeft als voordeel dat gemelde incidenten uit een bepaalde praktijk mogelijk voorkomen kunnen worden bij andere praktijken, vóórdat eenzelfde incident daar plaats vindt. Nu worden incidenten vaak niet gedeeld.

Speciaal voor de meldweek is een meldformulier ontwikkeld om gemakkelijk, anoniem en snel via internet te kunnen melden. Alle medewerkers uit een praktijk kunnen melden. Op deze manier dragen ze bij aan verbeteringen binnen hun beroepsgroep. Het meldformulier en extra informatie, inclusief voorbeelden van incidenten, zijn te vinden via www.meldweek2010.nl.
logo Samen VerderRecht op gelijke behandeling
Naar aanleiding van de Supportbeurs heeft de CGB drie nieuwe folders ontwikkeld:

- Recht op gelijke behandeling voor gehandicapten en chronisch zieken (arbeid, onderwijs, wonen en openbaar vervoer)

- Recht op gelijke behandeling voor leerlingen met een handicap of chronische ziekte (primair en voortgezet onderwijs)

- Recht op gelijke behandeling voor studenten met een handicap of chronische ziekte (mbo, hbo, universiteit en praktijkonderwijs)

In alle drie de folders zijn de rechten van iemand met een handicap of chronische ziekte op een rij gezet. Deze rechten vloeien voort uit de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). U kunt de folders kosteloos bestellen door een e-mail te sturen naar m.molthoff@cgb.nl onder vermelding van uw naam, organisatie en adresgegevens.

Voor oordelen, adviezen en onderzoek over handicap en chronische ziekte kunt u onze website bezoeken www.cgb.nl.
logo Samen VerderKapotte suikertransporteur beschadigt hersenen
PERSBERICHT - Nijmegen, 20 april 2010

Vetrijk dieet helpt tegen GLUT1-deficiëntie syndroom

Soms veroorzaakt een defecte suikertransporteur een cognitieve ontwikkelingsachterstand. Onderzoekers van het UMC St Radboud hebben ontdekt dat de ernst van de aandoening nauw samenhangt met de ernst van het genetisch defect en het suikertekort (glucose) in het hersenvocht. In een artikel in Brain schrijven ze dat de zeldzame aandoening snel is op te sporen met een ruggenprik. Daarna zijn enkele symptomen, zoals de epileptische aanvallen, aan te pakken met een vetrijk dieet.

Hersenen gebruiken veel energie in de vorm van glucose (suiker). Daarvoor moet glucose in het bloed eerst de bloedhersenbarrière passeren. Voor die passage is een speciale ‘vrachtwagen’ nodig; een eiwit dat glucosetransporter type 1 (GLUT1) wordt genoemd.

Suikervervoer

“Door een foutje in het erfelijk materiaal werkt die vrachtwagen soms niet goed”, zegt dr. Michel Willemsen, kinderneuroloog in het UMC St Radboud. “Bij deze kinderen ontstaat een chronisch suikertekort in de hersenen, waardoor hun cognitieve ontwikkeling wordt belemmerd. Vrijwel alle kinderen met het GLUT1 deficiëntie syndroom, zoals de aandoening officieel heet, hebben een verstandelijke beperking. Daarnaast hebben ze meestal moeite met bewegen en kampen ze in veel gevallen ook met epileptische aanvallen.”

Kinderen met deze aandoening zijn moeilijk te herkennen. Voor een sluitende diagnose is een ruggenprik nodig. “In het zo verkregen hersenvocht kun je vrij eenvoudig het glucosegehalte bepalen”, zegt Willemijn Leen, arts-assistent in opleiding en eerste auteur van het artikel. “Zit er voldoende glucose in het bloed maar te weinig in het hersenvocht, dan heb je een hele sterke aanwijzing dat het gaat om het GLUT1 deficiëntie syndroom.”

Kapotte band

In samenwerking met vele nationale en internationale afdelingen publiceerde de Nijmeegse onderzoeksgroep onlangs in Brain de resultaten van een uitgebreid onderzoek bij deze patiënten. Willemsen: “Van ruim vijftig patiënten met deze zeldzame ziekte hebben we de genetische mutaties, het glucoseniveau in het hersenvocht en de klinische symptomen in beeld gebracht. Zo zagen we dat een transporteur met ernstige genetische fouten nauwelijks meer werkt, maar eentje met minder ernstige fouten nog wel wat glucose kan vervoeren. In het eerste geval gaat het bij wijze van spreken om een vrachtwagen zonder wielen, in het tweede geval is er slechts een band kapot.”

Verder werd bij iedere patiënt het glucoseniveau in het hersenvocht bepaald. Willemsen: “Wij hebben als eersten ter wereld de genetische fouten, het glucoseniveau én de klinische symptomen van tientallen patiënten bekeken en laten zien dat die onderling sterk met elkaar samenhangen. De patiënten met de ernstigste mutaties hebben het minste glucose in hun hersenvocht en vertonen ook de meest ernstige symptomen.”

Vet voedsel

Bij kinderen met een cognitieve ontwikkelingsachterstand zónder goede diagnose, moeten artsen een GLUT1-deficiëntie syndroom overwegen. De diagnose is met één ruggenprik vast te stellen. “Die diagnose is belangrijk omdat er een behandeling bestaat die een eind kan maken aan de epileptische aanvallen en bij sommige patiënten ook de bewegingsproblemen vermindert”, zegt Willemsen.

GLUT1-deficiëntie is namelijk te behandelen met een dieet van zeer vetrijk voedsel en (bijna) geen koolhydraten. Zo wordt de lever gedwongen om voortdurend vetten te verbranden. Bij die verbranding ontstaan ketonen, die ook kunnen dienen als energiebron. Op die manier zorgt het ketogeen dieet voor een omslag van de energievoorziening. De defecte GLUT1-transporteur wordt ingeruild voor een totaal andere transporteur die wél goed werkt, waardoor het energietekort in de hersenen wordt opgeheven of teruggedrongen. Willemsen: “De bestaande geestelijke beperking verdwijnt niet, maar het is een enorme vooruitgang als de epileptische aanvallen meestal verdwijnen en bewegen weer wat makkelijker wordt.
logo Samen VerderExperiment speelfilm biedt verrassende kijk op geheugenvorming
PERSBERICHT - UMC St. Radboud
Nijmegen, 23 maart 2010

Moeilijk te plaatsen informatie leidt tot drukke discussies in het brein

De hersenen, en twee hersengebieden in het bijzonder, kunnen losse herinneringen omsmeden tot consistente verhalen. Is er weinig voorkennis in de hersenen aanwezig, dan lukt dat pas wanneer deze gebieden veel intensiever met elkaar communiceren Dit gebeurt niet alleen op het moment dat ze de nieuwe, moeilijk te plaatsen informatie verwerken, maar ook nog geruime tijd daarna. Dat blijkt uit onderzoek van neurowetenschapster Marlieke van Kesteren, onderzoekster aan het UMC St Radboud en werkzaam bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour. De resultaten van het onderzoek zijn online gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA (PNAS).

Klik hier voor het complete bericht.
logo Samen VerderNiemand wil het elektronisch patiënten dossier (EPD)
De pers.nl op donderdag 11-02-2010

De weerstand tegen het elektronisch patiënten dossier (EPD) groeit. Burgers, senatoren en zelfs medici zien het niet zitten.

Het wil maar niet vlotten met het stokpaardje van minister Ab Klink. Steeds meer mensen dienen protest in tegen het elektronisch patiënten dossier (EPD). Uit opgevraagde cijfers bij het ministerie van Volksgezondheid blijkt dat inmiddels zo’n 462.000 mensen bezwaar hebben aangetekend tegen opname in het EPD: een stijging van 40 procent ten opzichte van begin vorig jaar, toen de teller op 330.0000 stond.

Maar het dossier moet en zal er komen en zou er eigenlijk al moeten zijn. In het regeerakkoord van Balkenende IV stond het EPD gepland voor 2009. Dat is door vertraging inmiddels verschoven naar eind 2010, maar waarschijnlijk wordt ook dat niet gehaald: de Eerste Kamer is kritisch. Zeer kritisch.

Met het EPD kunnen zorgverleners in het hele land, van huisartsen tot apothekers en specialisten, patiëntgegevens inzien. U bent een dagje in Maastricht, krijgt een beroerte en de behandelend arts kan meteen op de computer bij uw medisch verleden. Die snelle informatieoverdracht moet onnodig dubbel onderzoek en vooral medische missers voorkomen, luidt Klinks motivatie voor het giga ICT-project.

‘Maar de gedachte dat je veel levens redt is niet onderbouwd en dat geloven we ook niet’, zegt senator Heleen Dupuis (VVD), vicevoorzitter van de Eerste Kamer- commissie voor Volksgezondheid. Ze beschrijft het EPD als ‘een zee van ellende, megalomaan en een overtrokken prestigeproject.’

In december hield de Eerste Kamer een besloten bijeenkomst met allerlei experts. Het verslag daarvan zou volgende week worden gepubliceerd, maar dat is verschoven naar april omdat er nog zoveel vragen openstaan. ‘Ik zie het voorstel niet door de Eerste Kamer komen en heb de indruk dat alleen het CDA voor is. Maar zelfs die twijfelen’, aldus Dupuis.

Ondertussen gaat Klink verder alsof er niets aan de hand is. Uit stukken die deze week naar de Tweede Kamer zijn gestuurd, blijkt dat van inmiddels ruim 1,3 miljoen mensen een dossier is aangemaakt. Dat is vrijwillig gedaan door zorgleveranciers zoals ziekenhuizen en apotheken. Als de Eerste Kamer instemt wordt het dossier wet en moet iedere zorgleverancier verplicht zijn patiëntengegevens beschikbaar maken voor het EPD.


Probleem is dat zelfs in de medische wereld weinig animo voor het EPD is. Uit een enquête van Medisch Contactonder 800 artsen bleek vorig jaar dat eenderde van de artsen al een EPD-bezwaarformulier had opgestuurd en een kwart overwoog om dat alsnog te doen. Degenen die het EPD moeten gebruiken, vertrouwen het dus niet.

Volgens de Landelijke Huisartsen Vereniging is een snelle, grootschalige landelijke invoering onrealistisch omdat uit een pilot blijkt dat die ‘gepaard zal gaan met een veelheid aan technische en logistieke problemen’.

Uit onderzoek van het Rathenau Instituut voor de Eerste Kamer blijkt bovendien dat een trits aan zorgorganisaties ‘het gebrek aan draagvlak binnen de medische sector (...) als een probleem ziet’.

Neem de CG-raad, de belangenbehartiger voor chronisch zieken en gehandicapten, die laat weten: ‘wij raden het EPD niet aan’. Dat is nogal wat, met een achterban die er bij uitstek van zou moeten profiteren.

Andere bezwaren concentreren zich rond veiligheid, privacy, juridische issues en financiën. Zo bleek vorig jaar dat de UZI-pas waarmee medici toegang krijgen tot het systeem, al gekraakt is. Inmiddels worden beter beveiligde UZI’s uitgegeven, maar de oude kaarten blijven geldig, schrijft Klink deze week.

Op privacygebied bestaat vooral de vrees dat er door onbevoegden geneusd gaat worden in medische gegevens. Instanties als de CG-Raad zijn bang dat verzekeraars of bedrijfsartsen zich ten onrechte toegang tot het dossier van een cliënt verschaffen en dat die daardoor in de problemen komt.

Volgens het ministerie ‘bestaan er veel misverstanden over hoe de boel geregeld is’ en zijn die de oorzaak van de weerstand. Een woordvoerder laat weten dat de beveiliging van de toegang goed geregeld wordt. De patiënt kan zelf bekijken wie in zijn medische gegevens snuffelt, want dat wordt via een log bijgehouden.

Dus dendert de EPD-trein voort. Dupuis vraagt zich af waarom het zo snel moet. ‘Er is helemaal geen haast en als de Eerste Kamer straks niet instemt, is het een enorme verspilling van belastinggeld.’
logo Samen VerderVandaag eerste hartoor-afsluiting in Nederland
St. Antonius Ziekenhuis, 3 februari 2010, 12:50 uur.

Het is al volop in het nieuws, bij de NOS op de radio en op sites: Vandaag is de eerste hartoorafsluiting in Nederland. Dr. Lucas Boersma en Dr. Benno Rensing, cardiologen, voeren de operatie uit. Minister Klink (VWS) zou bij dit voor het St. Antonius bijzondere moment aanwezig zijn, maar helaas kan hij wegens onvoorziene omstandigheden niet komen.

De risico's van boezemfibrilleren (het snel en onregelmatig samentrekken van de hartspier) zijn o.a. vorming van bloedstolsels. Deze bloedstolsels kunnen losschieten en een hersenberoerte veroorzaken. Ongeveer 5 tot 10 procent van de Nederlanders boven 65 jaar heeft last van boezemfibrilleren. Bij circa 9.200 mensen die jaarlijks een beroerte krijgen, ligt in 20 tot 40 procent de oorzaak bij hartproblemen. Om het vormen van bloedstolsels tegen te gaan moeten patiënten een leven lang anti-stollingsmedicijnen gebruiken en regelmatig op controle bij de trombosedienst. Niet iedereen kan gebruikmaken van anti-stollingsmedicijnen om verschillende redenen. Het afsluiten van de hartoor is even effectief als het anti-stollingsmedicijn, maar zonder de bijwerkingen. De patiënt wordt onder algehele narcose geopereerd en hoeft maar één dag in het ziekenhuis te blijven.

Dr. Boersma en Dr. Rensing gaan een Europees Trainingscentrum voor deze procedure vormen, wat onder ander betekent dat cardiologen uit Europa naar Nieuwegein komen om hier opgeleid te worden. Boersma: 'Dankzij het concentreren van kennis over het hart in centra als het onze, ontstaat de mogelijkheid voor dit soort innovaties.'

Klik hier voor het NOS nieuwsbericht.
logo Samen VerderOnderzoek antidepressivum
Patiënten die na een cerebrovasculair accident (CVA) het antidepressivum escitalopram (Lexapro) krijgen toegediend, hebben een grotere kans op herstel van cognitieve functies zoals denken, leren en onthouden, dan conservatief behandelde patiënten.

Dat melden onderzoekers in de Archives of General Psychiatry van 1 februari 2010.

Ricardo Jorge c.s. onderzochten de effecten van de SSRI escitalopram bij 129 patiënten die recentelijk een bloedig of onbloedig CVA hadden doorgemaakt. Binnen de eerste drie maanden na het CVA kregen 43 patiënten 5 tot 10 mg escitalopram per dag, 45 namen een placebo en 41 patiënten volgden Problem Solving Therapy, een programma ontwikkeld om patiënten met een depressie te behandelen. De effectiviteit werd gemeten aan de hand van scores die zijn ontwikkeld om de neuropsychologische status weer te geven.

De groep die het antidepressivum kreeg toegediend, had na twaalf weken betere algemeen neuropsychologische totaalscores. Het globaal cognitief functioneren en specifieke functies zoals het visuele en verbale geheugen waren verbeterd. Ook bleven patiënten die escitalopram kregen vaker zelfstandig functioneren.

Dat SSRI’s deze functies verbeteren, is al eerder gebleken bij oudere patiënten met een depressie. Ook is vastgesteld dat het volume grijze stof in de frontaalkwab toeneemt als gevolg van het gebruik van antidepressiva en dat SSRI’s neuroplastische veranderingen teweegbrengen in de hippocampus, de hersenstructuur die een belangrijk rol speelt in de regulering van geheugenfuncties. NL

Arch Gen psychiatry 2010; 67(2): 187-96: Escitalopram and Enhancement of Cognitive Recovery Following Stroke

Bron: artsennet.nl
logo Samen VerderBelastingen 2009
Specifieke zorgkosten aftrekbaar
Belastingvoordeel, ook over 2009

Geld terug van de Belastingdienst. Het kan nog steeds. Hebt u een handicap of chronische ziekte, dan is de kans groot dat u gebruik kunt maken van de aftrek van specifieke zorgkosten. Alle mensen met aantoonbare hoge eigen uitgaven voor zorg, hulpmiddelen en voorzieningen komen voor deze aftrek in aanmerking. In dat geval kan de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2009 een flink belastingvoordeel opleveren!

Voor uitgebreide informatie: klik hier.
logo Samen VerderEpidemiologisch onderzoek naar erfelijke oorzaken van hersenbloeding
Hersenonderzoekers menen zeker te weten dat er erfelijke oorzaken moéten bestaan voor het ontstaan van een hersenbloeding. Maar ze hebben die genetische factoren ondanks vele pogingen nog steeds niet kunnen identificeren. De Hersenstichting wil in deze zoektocht een doorbraak bereiken. De stichting heeft nu een subsidie toegekend aan prof. dr. Breteler, hoogleraar neuro-epidemiologie van het Rotterdams Erasmus MC. Zij gaat het complete genen-spectrum van honderden beroertepatiënten vergelijken met het spectrum van duizenden gezonde mensen. Zij is vastbesloten om enkele ontbrekende puzzelstukjes te vinden.

Lees méér.
logo Samen VerderSolliciteren met een beperking
Het zoeken naar een baan is voor mensen met gezondheidsproblemen lastiger dan voor gezonde mensen. Het kenniscentrum Welder heeft daarom een handzame publicatie uitgebracht: ‘Solliciteren en gezondheid, sollicitatiegids voor mensen met speciale wensen door chronische ziekte of handicap.’

Deze sollicitatiegids voor werkzoekenden met een handicap of chronische ziekte gaat verder dan alleen het geven van tips. De sollicitatiegids heeft de vorm van een werkschrift; de werkzoekende kan er zelf stapsgewijs en praktisch mee aan de slag.

Zelfonderzoek
De gebruiker van de Sollicitatiegids doet allereerst zelfonderzoek en oriënteert zich op de arbeidsmarkt. Dit gebeurt door invulling van gerichte vragen, bijvoorbeeld naar interesses en motivatie, het vermogen om te gaan met problemen, doorzettingsvermogen en kennis van de eigen sterke kanten.
Confronterende vragen worden niet uit de weg gegaan: vertel je bij een sollicitatie dat je ‘iets mankeert’ en zo ja hoe breng je dat? Natuurlijk bevat de Sollicitatiegids veel tips over de beantwoording van lastige vragen bij sollicitaties.

Oefeningen
Het solliciteren zelf komt uitgebreid aan bod. De gids bevat oefeningen in het schrijven van een sollicitatiebrief en het voeren van sollicitatiegesprekken. De publicatie geeft ook informatie over de rechten en plichten van de sollicitant. In de sollicitatiegids zijn tal van praktische oefeningen opgenomen die je inzicht bieden in je eigen mogelijkheden en de mogelijke valkuilen bij sollicitaties.

De CG-Raad en het Revalidatiefonds maakten deze uitgave mede mogelijk.
De uitgave ‘Solliciteren en gezondheid, sollicitatiegids voor mensen met speciale wensen door chronische ziekte of handicap’ kost € 12,50. De uitgave kan besteld worden via de webwinkel van de CG-Raad:
http://www.cg-raad.nl/onze_leden/webwinkel.php.
logo Samen VerderNovember nummer van het CVA-magazine is uit.
De eerste uitgave van het CVA-magazine in mei 2009 is goed aangeslagen. Het bestuur van de Nederlandse CVA-vereniging heeft besloten om het magazine viermaal per jaar uit te geven. In het nummer van november kunt u o.m. lezen:

- Kinderen krijgen en een CVA
- Autorijden na een CVA of TIA
- Groningen-Drenthe in de schijnwerpers
- Ervaringen van CVA-ers
- Richtlijnen voor SAB's
- en meer......

Leden en donateurs van de CVA-verniging krijgen het magazine gratis thuisgestuurd. Wilt u het blad eenmalig thuis ontvangen maak dan 4 euro over op onderstaande bankrekening.

Abonnement: Als donateur krijgt u het CVA-nagazine 4x per jaar thuisgestuurd. Maak 15 euro over op bankrekening 382839749 tnv de CVA-vereniging. om donateur te worden.
logo Samen VerderWintertijd stemt somber
22 oktober 2010

Komend weekend gaat de wintertijd in. Dat veel mensen zich vervolgens vermoeid voelen, slechter slapen of een tijdje niet lekker in hun vel zitten, is helemaal niet zo gek.

Het ingaan van de wintertijd zorgt voor een lichte ontregeling van de biologische klok, stelde professor Johan den Boer van de Rijksuniversiteit Groningen donderdag.
Veel mensen hebben het zwaar met het aanbreken van de wintertijd. Uit onderzoek dat de hoogleraar biologische psychiatrie aanhaalt, blijkt dat bijna de helft van de Nederlanders zich in meer of mindere mate wat vermoeider of somber voelt. De klachten zijn van korte duur; na een paar dagen tot een week zijn zij weer verdwenen.

In de nacht van zaterdag op zondag wordt de klok een uur teruggezet, waardoor de nacht een uur langer duurt.
logo Samen VerderOorzaak infarcten bij jongeren gevonden
29 september 2009

GRONINGEN - Hersen- en hartinfarcten bij jongeren blijken vaak te komen door een erfelijk tekort aan twee eiwitten in het bloed. Dat blijkt uit onderzoek van Jan-Leendert Brouwer aan het Universitair Medisch Centrum Groningen.

De afwijking is eenvoudig op te sporen met een bloedprik, zodat deze groep uit voorzorg antistollingsmiddelen kan gaan slikken.

Het onderzoek van Brouwer kan ingrijpende gevolgen hebben voor families waarin veel trombose voorkomt. Naar schatting gaat het in Nederland om maximaal 1 procent van de bevolking.

Als er infarcten op jonge leeftijd voorkomen in de familie, zouden ze zich kunnen laten testen. Als in het bloed inderdaad te weinig proteïne S en proteïne C wordt aangetoond, kan het verstandig zijn om langdurig antistollingsmiddelen te slikken, vindt Brouwer.

Duidelijk verband
"We konden nooit een oorzaak vinden voor herseninfarcten, hartinfarcten of trombosebenen bij relatief jonge mensen", zegt Brouwer. "Het verrassende van ons onderzoek is dat er een zeer duidelijk verband bleek te zijn. Het is geen klein statistisch verschil, het is zeer goed zichtbaar."

Hartaanvallen bij jonge mensen kunnen overigens ook komen door aangeboren hartafwijkingen, maar dat is zeldzamer.

Klik hier voor uitgebreide informatie.
logo Samen VerderWebsite regio Assen over zorg op maat na een beroerte (CVA)
vrijdag 2 oktober 16:53
ASSEN - Mensen uit Assen en omgeving kunnen vanaf woensdag 7 oktober met vragen over een beroerte terecht op www.strokeserviceassen.nl. De website is een initiatief van Stroke Service Assen, een samenwerkingsverband van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen, Thuiszorgorganisatie Icare, verpleeghuis Anholt (Interzorg Noord-Nederland) en Woonzorgcentrum De Vijverhof.
De website is met name bedoeld voor patiënten uit de regio Assen die persoonlijk, direct of indirect, geconfronteerd worden met een beroerte. Daarnaast bevat de website ook interessante informatie voor mensen buiten de regio. Bij het selecteren van de informatie is zo goed mogelijk ingespeeld op wat er onder de doelgroep leeft. Daarbij is nauw samengewerkt met de Nederlandse CVA-vereniging ‘Samen Verder’.
Goede voorlichting en begeleiding nemen binnen de Stroke Service Assen een belangrijke plaats in. Desondanks blijven patiënten vaak nog met allerlei vragen zitten. Datzelfde geldt voor hun partner, kinderen of andere naasten. Op de website kunnen bezoekers onder andere terecht voor medische informatie, praktische adviezen en ervaringsverhalen.
Behalve als vraagbaak moet de site ook als wegwijzer gaan fungeren. Wie hulp nodig heeft op een bepaald gebied, vindt op de website allerlei adressen van instanties, waarvan een groot aantal in de eigen regio.
Een website kan onmogelijk op alle individuele vragen antwoord geven. Daarom is op de site een prominente plek ingeruimd voor contactmogelijkheden met de CVA-nazorgverpleegkundigen en de CVA-vereniging ‘Samen Verder’.
logo Samen VerderHersenstichting zoekt collectanten
woensdag 16 september 2009 00:00

REGIO - In de eerste week van februari 2010 wordt de collecte voor de Hersenstichting Nederland gehouden. Hiervoor zijn nieuwe collectanten erg welkom! U kunt met een paar uurtjes van uw tijd bijdragen aan een betere toekomst voor hersenpatiënten.
Uiteraard loopt u in uw eigen woonplaats en uw eigen wijk. Als u zich heeft aangemeld, neemt de coördinator contact met u op. Hij/zij zal dan aan u vragen hoeveel tijd u beschikbaar heeft en overlegt vervolgens met u in welke straat (of straten) u gaat collecteren.

Eén op de vier mensen krijgt ooit in zijn of haar leven met een hersenaandoening te maken. Hieronder vallen onder meer traumatisch hersenletsel, migraine, beroerte/CVA, Parkinson, MS, Alzheimer en epilepsie, een hersentumor of aangeboren hersenletsel en schizofrenie, depressie, ADHD, autisme.

De opbrengst van de collecte wordt besteed aan wetenschappelijk onderzoek om hersenaandoeningen te helpen voorkomen en te genezen en het zoeken naar nieuwe medicijnen. Ook wordt er hard gewerkt aan het geven van gerichte voorlichting en de samenwerking tussen patiëntenverenigingen onderling.

Voor aanmelden of informatie kunt u contact opnemen met: Promotor Arja Visser 06-333 533 86 of het kantoor in Den Haag 070- 360 48 16. Voor meer informatie kijk op www.hersenstichting.nl
logo Samen VerderOnderzoek psychosociale zorg
OPROEP:
Werkt u mee aan de verbetering van psychosociale zorg aan
mensen met hart- en vaatziekten en CVA?

Om de zorg voor mensen met een hart- of vaatziekte te verbeteren is het belangrijk uit te gaan van hun ervaringen. In dit onderzoek staan daarom de ervaringen van patiënten voorop en wordt die actief benut. We achterhalen de ervaringskennis door interviews en groepsgesprekken die gaan over het omgaan met de ziekte tijdens verschillende perioden.

Het onderzoek wordt in opdracht van de Hartstichting uitgevoerd door het VU Medisch Centrum uit Amsterdam.

Voor dit onderzoek zijn wij op zoek naar mensen met hartfalen, coronaire hartziekten en CVA en partners die hieraan willen meewerken door hun verhaal te vertellen (eenmalig een interview) of aan een groepsgesprek willen deelnemen.

Klik hier voor meer informatie.
logo Samen VerderSymposium en afscheidsrede Revalidatiegeneeskunde
Op 14 januari 2010 zal Guus Lankhorst afscheid nemen als hoogleraar en hoofd van de afdeling Revalidatiegeneeskunde van het VU medisch centrum.

In 1990 werd hij benoemd tot hoogleraar en in 1991 werd hij hoofd van de afdeling. In deze periode heeft hij zich ingezet om de aanvankelijk kleine afdeling tot ontwikkeling te brengen en daarbij een nauwe band tussen zorg en onderzoek tot stand te brengen.
Dit heeft geresulteerd in een intensieve samenwerking met vele afdelingen binnen het VUmc en met revalidatiecentra en -afdelingen elders, waaronder het Revalidatie Centrum Amsterdam en het Jan van Breemen Instituut. Hij was ondermeer coördinator van multi-center onderzoeken over de functionele prognose bij patiënten met neurologische aandoeningen en bij ouderen. Internationaal was hij actief in de European Board, de instantie die zich richt op harmonisatie van de opleiding revalidatiegeneeskunde in Europa. Deze ontwikkelingen zijn een weerspiegeling van de opbloei van het vakgebied van de revalidatiegeneeskunde, zoals deze nationaal en internationaal plaatsgevonden heeft.

Om 15.45 uur zal prof.dr. G.J. Lankhorst zijn afscheidsrede uitspreken in de Aula
van de Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, te Amsterdam.

Voorafgaand aan deze afscheidsrede organiseren wij een symposium, waarin wij willen laten zien tot welke resultaten de opbloei van het vakgebied bij de afdeling Revalidatiegeneeskunde VUmc geleid heeft. Op de speerpunten van de afdeling beschrijven wij ontwikkelingen in zorg en onderzoek: waar staan wij en waar gaan wij naar toe?

Graag nodigen wij u uit dit symposium, de afscheidsrede en de aansluitende receptie
bij te wonen. Voor meer informatie kunt u kijken op www.vumc/nlpaog/afscheidlankhorst.

Namens de afdeling Revalidatiegeneeskunde VU medisch centrum,
prof.dr. J.G. Becher, dr. H. Beckerman, H.J. Karssen en prof.dr. J. Dekker
logo Samen VerderMedisch dossier van de toekomst
26 mei 2009

Wat vindt u van het elektronisch patiëntendossier (EPD)?

De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) is benieuwd naar ervaringen van patiënten met hun huidige medische dossier en dat van de toekomst: het landelijk EPD. Van 25 mei tot 5 juni houdt de NPCF een meldactie via www.consumentendezorg.nl.

Medisch dossier van vandaag
Iedere zorgverlener houdt een medisch dossier bij over zijn patiënten. De meeste zorgverleners werken voor zichzelf met een digitaal medisch dossier. In sommige gebieden worden gegevens al regionaal uitgewisseld. Een soort regionaal EPD dus. Bijvoorbeeld met de apotheker en de arts in het plaatselijke ziekenhuis. Onduidelijk is echter hoe de uitwisseling van gegevens geregeld is. Wie krijgt welke gegevens? En gaat dat wel op een veilige manier? Als je op vakantie gaat, weet de plaatselijke apotheker of arts in het ziekenhuis niets. Met het landelijk EPD wordt dat beter, strikter en veiliger geregeld. Minister Klink verwacht het landelijk EPD begin 2010 in te kunnen voeren

Voordelen
De NPCF is voorstander van een landelijk EPD. Zij vindt het belangrijk dat zorgverleners veilig en betrouwbaar relevante medische gegevens met elkaar kunnen delen. Dat maakt de kans op medische fouten kleiner en artsen kunnen beter samenwerken. Daarnaast is het prettig dat u niet steeds hetzelfde verhaal hoeft te vertellen bij verschillende artsen. Natuurlijk kan het landelijk EPD alleen gebruikt worden onder strikte voorwaarden en is toegang niet zomaar mogelijk. U moet bijvoorbeeld altijd toestemming geven voordat een zorgverlener uw medisch dossier mag inzien. Alleen zorgverleners die direct betrokken zijn bij uw behandeling mogen het inzien. Zoals de huisarts, apotheker en arts in het ziekenhuis. Zij krijgen ook bepaalde toegangscodes.

Nadelen
Wat als u de voordelen niet ziet van het landelijk EPD? Het kan zijn dat u toch gevaar ziet voor de privacy en de veiligheid van het systeem in twijfel trekt. Dan kunt u bezwaar aantekenen bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op dit moment heeft ongeveer vijf procent van de Nederlanders bezwaar aangetekend.
Meldactie EPD
Heeft u ervaringen met het huidige medische dossier? Heeft u wel eens meegemaakt dat gegevens ontbraken en u de verkeerde medicijnen meekreeg? Werkt uw zorgverlener al regionaal met een soort EPD? Wat verwacht u van het landelijk EPD? De NPCF hoort graag wat u vindt. Meld uw ervaringen van 25 mei tot 5 juni op www.consumentendezorg.nl of bel naar 030 - 29 16 777. Bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 10.00 tot 16.00 uur.

De moeder (85) van meneer de Vries kreeg een medicijn van de huisarts voorgeschreven terwijl de cardioloog had aangegeven dat ze deze niet meer mocht gebruiken. Meneer de Vries: “ Je zou toch verwachten dat het gewoon in de computer staat? Maar nee, de huisarts was niet ingelicht door de cardioloog. Het stond dus niet in het dossier van haar huisarts.”.
Ook mevrouw van Dijk (47) tobt al jaren met rugproblemen en heeft daarvoor al een aantal artsen bezocht. “Mijn ervaring is dat artsen weinig contact met elkaar zoeken. Ik regel zelf in overleg met de huisarts wie welke informatie krijgt. En ik vraag altijd zelf een kopie van de onderzoeksresultaten op. Ja, ze vinden me weleens een lastige patiënt. Dat maakt me niets uit. Mijn gezondheid gaat boven alles!”